FAQ

Algemeen
1. Waar onderscheid WO zich van het ‘dogma van de economische groei’ en ‘duurzame ontwikkeling’?
2. Is geluk het zelfde als welzijn?
3. Waarom wordt er op de website gefocust op de westerse landen?

Stand van zaken
4. Hoe scoort Nederland op levensverwachting en geluk?
5. Hoe verlopen de trends wereldwijd?
6. Nederland scoort op welzijn bijna het hoogste in de wereld, waarom zouden we het anders moeten doen?
7. De westerse maatschappij kent tal van problemen, hoe is dat te rijmen met die hoge scores op geluk?
8. Welke potentiële maatregelen hebben de grootste invloed op welzijn?

WO en andere benaderingen
9. Hoe verhoudt WO zich tot de ‘capability approach’?
10. Hoe verhoudt WO zich tot paternalisme?
11. Hoe verhoudt WO zich tot de individuele vrijheid en de liberale grenzen aan vrijheid gegeven door de vrijheid van de ander?
12. Hoe verhoudt WO zich tot duurzame ontwikkeling?
13. Waar verschillen WO en de brede welvaart benadering met elkaar?
14. Hoe verhoudt economische groei zich tot WO?
15. Hoe kan de economische groei in dienst komen van WO?
16. Waarom is WO een betere kijk op groei?

Brede toepasbaarheid
17. Kunnen al de gangbare westerse politieke ideologieën WO incorporeren?
18. Welke rol heeft de overheid bij het komen tot WO?
19. Is WO ook concreet uit te werken?
20. Waarom heeft WO zoveel overtuigingskracht?
21. Hoe is WO filosofisch te funderen?

 

Algemeen

1. Waar onderscheid WO zich van het ‘dogma van de economische groei’ en ‘duurzame ontwikkeling’?

WO zet in tegenstelling tot de andere ontwikkelingsnoties de mens centraal en zijn streven naar het goede leven. WO behandeld vraagstukken vanuit hun volle complexiteit en samenhang. Het is als holistisch te typeren: een integrale zienswijze op maatschappelijke ontwikkeling. WO probeert gebruik te maken van al de relevante kennis, inzichten en methoden die naar het doel welstendigheid leiden.

2. Is geluk het zelfde als welzijn?

Nee, wel liggen de begrippen in lijn met elkaar. Het begrip welzijn is breder op te vatten (het is ook toepasbaar op mensen die niet in staat zijn om over hun geluk te rapporteren en dierenwelzijn). Het begrip welzijn is daarbij minder emotioneel geladen.

3. Waarom wordt er op de website gefocust op de westerse landen?

Westerse landen hebben unieke kenmerken die een specifieke uitwerking rechtvaardigen. Westerse landen zijn goed georganiseerd. Ze hebben op politiek, economisch en cultureel terrein veel gemeenschappelijke kenmerken en zijn politiek, militair en economisch invloedrijk. Ten aanzien van belangrijke basisprincipes, zoals de rol van de democratie en aandacht voor het individu, verschillen ze weinig. In technologisch opzicht en op gebied van maatschappelijke organisatie zijn ze relatief ver ontwikkeld. Het zijn ook grote consumenten (met een grote behoefte aan voedsel, natuurlijke hulpbronnen en ruimte) én vervuilers (direct en indirect).

 

Stand van zaken

4. Hoe scoort Nederland op levensverwachting en geluk?

Nederland (en de westerse landen) scoren mondiaal gezien in de top op levensverwachting en geluk. Nederland zit in de top van de westerse landen met een score van 7,5 op geluk (gemeten op een schaal van tien voor het jaar 2013). De levensverwachting is meer dan 80 jaar. Ook historisch gezien gaat het beter dan ooit: geluk en levensverwachting zijn gestegen tot nooit geëvenaarde niveaus.

5. Hoe verlopen de trends wereldwijd?

De welzijnsstijging is een wereldwijd fenomeen over de afgelopen twee eeuwen. Zie het rapport How was life? Global well-being since 1820.”

Mondiaal_welzijn_sinds_1820

Bron: NRC 25 oktober 2015

 6. Nederland scoort op welzijn bijna het hoogste in de wereld, waarom zouden we het anders moeten doen?

Bij lage welzijnsscores zijn de mogelijkheden om het welzijn te verhogen eenvoudig en intuïtief te vinden, maar dat wordt moeilijker naarmate het beter gaat. Zo verdwijnt de koppeling tussen welzijn en welvaart terwijl die met duurzaamheid sterker wordt.

Naarmate een land hoger scoort op het gebied van welzijn is een meer expliciete benadering gewenst. Een analogie met een topsporter kan dat verduidelijken. Deze kan alleen verder verbeteren wanneer met kennis wordt gewerkt aan vele details in een subtiel samenspel.

7. De westerse maatschappij kent tal van problemen, hoe is dat te rijmen met die hoge scores op geluk?

Een maatschappij zonder ongeluk kan niet bestaan. Er zijn grenzen aan geluk. Op basis van de huidige kennis en techniek ligt de maximaal haalbare score voor collectief geluk iets boven het cijfer 8. Gezien de hierboven gerapporteerde 7,5 is er dus nog veel ruimte voor verbetering.

8. Welke potentiële maatregelen hebben de grootste invloed op welzijn?

Allereerst is het zaak om de goede vrede te bewaren. Meer abstract is de creatie van een evenwichtige maatschappelijke structuur van belang, waarin plek is voor een gezonde economie waarin de principes van maatschappelijk verantwoord ondernemen zijn verinnerlijkt. Het instituut economie krijgt een minder dominante positie dan nu het geval is. Een maatschappij waar mensen vertrouwen hebben in elkaar en de samenleving is ideaal. Het streven naar een overzichtelijke maatschappelijke structuur die kansen schept en opgezet is vanuit het idee van zorgzaamheid en kleinschaligheid kan inspirerend werken (dit contra het idee van globalisering).

Meer concreet is integrale aandacht voor kwaliteit belangrijk. Daarbij is te denken aan kwaliteit van de leefomgeving, kwaliteit van leven, kwaliteit van de democratie, kwaliteit van producten en processen en duurzaamheid. De grootste welzijnswinst is echter te behalen door meer aandacht te geven aan de zwakkere in de samenleving. Lees verder …

 

WO en andere benaderingen

9. Hoe verhoudt WO zich tot de ‘capability approach’?

Deze benadering van (Nussbaum en Sen) werkt vanuit de ‘mogelijkheden’ waarover iedereen zou moeten beschikken om ‘volwaardig te kunnen functioneren’. Volwaardig functioneren, moet leiden tot (optimaal) welzijn. Waar de ‘capability approach’ (wetenschappelijk) overtuigend is, kunnen de inzichten worden gebruikt voor WO, net als overtuigende inzichten uit andere scholen. Wel is de ‘capability approach’ op aspecten omstreden, zie bijvoorbeeld.

10. Hoe verhoudt WO zich tot paternalisme?

De volgende invalshoeken kunnen dat verduidelijken.

  • Individuele autonomie is krachtig gecorreleerd met welzijn. Sturen op welstendigheid vraagt daarom veel aandacht voor autonomie en dat verhoudt zich slecht met paternalisme.
  • Toch kan een zekere vorm van paternalisme wenselijk zijn. Hoe vrij is bijvoorbeeld iemand die niet goed kan kiezen en vervolgens de verkeerde keuzen maakt? Dat speelt bij complexe lange termijn beslissingen. Kiezen is in dergelijke situaties een vermoeiende en stressvolle aangelegenheid, waarbij de menselijke ratio tekort schiet. Wanneer de verkeerde keuze wordt gemaakt dan worden de toekomstige mogelijkheden ingeperkt. Dit kan een argument zijn om bepaalde zaken collectief te regelen (denk bijvoorbeeld aan verplichte ziektekostenverzekering of afdrachten in verband met de pensionering).
  • Naast de vrijheid om zelf te beschikken (autonomie) bestaan ook de vrijheid van geweld, vrees, gebrek en grondwettelijke vrijheden. Collectieve dwingende arrangementen kunnen nodig zijn om daarin te voorzien.

Paternalisme kan dus wenselijk worden geacht om de vrijheid als geheel en WO te dienen.

11. Hoe verhoudt welstendigheid zich tot de individuele vrijheid en de liberale grenzen aan vrijheid gegeven door de vrijheid van de ander?

Individuele vrijheid en de liberale grenzen aan vrijheid gegeven door de vrijheid van de ander geven slechts een spanningsveld aan dat ook bij welstendigheid aanwezig is: het zit in welzijn verdiepen (het eigen belang) en verbreden (het belang van de ander). Verder is bij welstendigheid ook de tijdsdimensie ingebracht. Dan gaat het over welzijn bestendigen.

Zelfs de meeste liberalen zien de vrijheid als instrumenteel (een middel en geen doel op zich) voor de zelfverwezenlijking van het individu. De overgrote meerderheid van mensen streeft daarbij naar welzijn. Het concept WO kan fungeren als een belangrijk instrument voor het verdelen van de verschillende vrijheden. De enkeling die er andere doelstellingen op na houdt, krijgt binnen het systeem van de liberaal-democratie, waarop WO is gebouwd maximaal de ruimte.

Een liberalistische maatschappij visie is uitstekend te verenigen met het idee van welstendigheid.

12. Hoe verhoudt WO zich tot duurzame ontwikkeling?

Welzijn verbreden en bestendigen is te zien als de essentie van duurzame ontwikkeling. Een rijk – en schoon milieu zijn ook een directe bron van welzijn en kunnen het welzijn verdiepen. Effectief werken aan duurzame ontwikkeling betekent dat er rekening wordt gehouden met noties van welzijn en die relatie geldt, minder frequent, ook omgekeerd.
WO borduurt voort op het idee van duurzame ontwikkeling: het kan een overkoepelend framewerk leveren, ook voor economische ontwikkeling.

13. Waar verschillen WO en de brede welvaart benadering met elkaar?

WO vertrekt vanuit de essentie. Mensen willen welzijn, het ligt dus voor de hand om daar te beginnen. Het individu is een belangrijk ijkpunt: de enige entiteit die welzijn kan ervaren. Begrip van systemen en hoe mensen werkelijk zijn, liggen aan de basis voor het beleidsmatig werken aan welzijn. Deze ideeën worden consequent uitgewerkt op basis van wetenschappelijke inzichten. Daardoor zijn al de (on)mogelijkheden tot verdieping, verbreding en bestendiging van het welzijn in samenhang te zien. Dat geeft het overzicht en inzicht om efficiënt en effectief aan maatschappelijke ontwikkeling te werken.

Het brede welvaart denken is een uitbreiding van het traditionele welvaart denken. Het blijft binnen het dominante dogma: welvaart leidt tot welzijn. Het gaat gemakkelijk voorbij aan hoe mensen werkelijk zijn en de complexe interactie van systemen. De essentie raakt gemakkelijk verloren. Overzicht en inzicht worden niet ontwikkeld tot het niveau dat optimaal mogelijk is. Dat staat adequaat werken aan maatschappelijke ontwikkeling in de weg.

WO werkt vanuit een groter denkraam: zo is er plaats voor al de welvaartsbenaderingen die het idee kunnen ondersteunen. Binnen het (brede) welvaart denken is niet zondermeer plaats voor al de relevante vormen van welzijnsdenken.  

14. Hoe verhoudt economische groei zich tot WO?

Economische groei draagt in de westerse landen al een halve eeuw niet meer bij aan welzijnsgroei (echte groei). Toch blijft het een belangrijk onderwerp. Zo behouden we onder meer werkgelegenheid, zijn lastige politieke vraagstukken soepel op te lossen en blijven we in geopolitiek opzicht krachtig: een voorwaarde voor de volhoudbaarheid van WO. Economische sturing is een krachtig instrument voor maatschappelijke sturing. Het instrument kent veel regelmogelijkheden (knoppen) en er bestaat redelijk veel kennis hoe de verschillende variabelen op elkaar in werken. Als gevolg is op economische criteria vrij goed te sturen. Daarbij is het een instrument dat bij wijziging van beleid in vergelijking tot WO snel uitslaat.

De eenheid waarin economische groei wordt gemeten (valuta) en de wijze van meten zijn een menselijk construct. Het construct zoals dat momenteel is opgezet en wordt gebruikt kan leiden tot oneindige economische groei. Dat geldt niet voor WO.

Binnen de limieten die de aarde stelt is reële vooruitgang (WO) mogelijk als gevolg van technologische-, sociale-, maatschappelijke- en persoonlijke ontwikkeling. Op een schaal van 1 tot 10 is ruim een 8 momenteel het maximaal haalbare getal. Dat getal bereiken en vasthouden is een enorme uitdaging. Het instrument van economische groei zou dit moeten ondersteunen. Dat is momenteel onvoldoende het geval. Zo vindt er bijvoorbeeld op aspecten wel een ontkoppeling plaats tussen economische groei en de milieubelasting die deze teweeg brengt. Maar deze ontkoppeling is echter niet compleet, veelal niet absoluut en het tempo van ontkoppeling verloopt traag.

15. Hoe kan de economische groei in dienst komen van WO?

  • Maak WO expliciet en werk primair vanuit dit idee.
  • Verander de meting van economische groei en het (geld)systeem opdat die beter in lijn komen met ideeën over WO.
  • Toets voornemens – en programma’s voor economische groei tegen WO. Daarvoor moet een beoordelingskader worden ontwikkeld (een soort van welzijnseffecten rapportage).
  • Elimineer vormen van economische groei die niet bijdragen aan WO en stimuleer vormen die dat wel doen. Kom tot een absolute ontkoppeling tussen economische groei en de groei van milieubelasting.

16. Waarom is WO een betere kijk op groei?

Primair richten op economische groei en er vanuit gaan dat met de gegenereerde middelen het duurzame welzijn kan worden geoptimaliseerd, miskend dat een beleid gericht op welvaartsoptimalisatie ook vergaand uitwerking heeft op duurzaam welzijn. Door het niet expliciet maken van welzijnseffecten bij beleidsopties (terwijl dit wel verantwoord mogelijk is) bestaat het gevaar dat er strategieën worden gekozen die second-best zijn of zelfs averechts uitwerken. Welvaartsoptimalisatie heeft het aura van objectiviteit en rationaliteit. In werkelijkheid is het uitermate normatief, maakt het niet gebruik van de beschikbare kennis en inzichten en ontbeert het aldus rationaliteit.

WO biedt strategieën die om kunnen gaan met de bovenstaande tekortkomingen.

 

Brede toepasbaarheid

17. Kunnen al de gangbare westerse politieke ideologieën WO incorporeren?

Ja, al de gangbare westerse politieke ideologieën werken nu al impliciet aan noties van welzijn. Door dit expliciet te maken is meer adequaat aan maatschappelijke ontwikkeling te werken.

18. Welke rol heeft de overheid bij het komen tot WO?

Waar de overheid een taak krijgt van de politiek voorziet zij in het collectieve belang. In deze functie dicteert zij vergaand ‘de voorwaarden’ waarbinnen het maatschappelijk verkeer plaats vindt en aldus het te bereiken niveau van welstendigheid. De overheid heeft niet de rol van geluksmachine. De voorwaarden voor maatschappelijk verkeer worden met oog op de gewenste rationaliteit van beleid in beginsel ingericht met oog op WO.

19. Is WO ook concreet uit te werken?

Ieder politiek – / beleidsmatig vraagstuk is concreet vanuit WO te benaderen, politieke – en beleidsmatige procedures kunnen er naar worden ingericht en het is toepasbaar te maken op al de beleidsniveaus. Het loopt van het zoeken naar geluksplekken in een gemeente tot implementatie van de VN resolutie 65/309. Op de pagina ‘transitie’ zijn onder de links voorbeelden te vinden.

20. Waarom heeft WO zoveel overtuigingskracht?

WO heeft overtuigingskracht omdat vrijwel iedereen streeft naar welzijn en dit idee met de stand van wetenschap fundamenteel is uit te werken in een coherente visie, strategieën en handelingsperspectief. Natuurlijk is dit niet de enig mogelijke zienswijze. Afhankelijk van (politieke) voorkeur, zullen sommigen vrijheid willen benadrukken, andere gaan primair voor zelfverwezenlijking, avontuur, veiligheid, gezondheid, rechtvaardigheid, solidariteit, liefde, duurzaamheid, gemeenschapszin of welvaart. Het zijn goed beschouwd allemaal aspecten van welzijn die in een zekere mix moeten worden aangewend om tot een hoog welzijn te komen.

21. Hoe is WO filosofisch te funderen? Op deze vraag zijn verschillende antwoorden mogelijk. Ze worden kort aangestipt.

  1.  Welstendige ontwikkeling staat in een 2500 jarige traditie van denken over het goede leven.
  2. WO is te zien als een oefening in wijsgerig denken. Wijsgerigheid is “een rationele, coherente visie op de werkelijkheid die zich met argumenten verantwoordt en gemeenschappelijkheid hoog in het vaandel voert.” Lees verder … 
  3. Politiek filosofisch is WO te classificeren als ‘modern utilisme’. Modern utilisme is geen ideologie, zoals socialisme, conservatisme, liberalisme en (traditioneel) utilisme dat zijn. Modern utilisme is een stilzwijgende achtergrond, waartegen de diverse theorieën zich moeten laten gelden en verdedigen: een toetsingskader voor de effectiviteit van ideologieën, plannen en implementatie.( Kymlicka, 2002).
  4. WO past in het denken van Thomas Kuhn. Hij beschrijft het wetenschappelijke proces als een paradigma verschuiving die periodiek voorkomt. Lees verder …
  5. Een soortgelijke benadering als WO wordt in het boek Bruto Nationaal Geluk (2013) gefundeerd op het werk van rechtsfilosoof Herman Dooyeweerd. Han Vandevyvere, Holistische indicatotenststemen hebben de toekomst: een interpretatie van BNG volgens de filosofie van wetskringen van Herman Dooyeweerd.
  6. WO is opgezet vanuit een onderzoeksopzet met daarin opgenomen de gerelateerde existentiële vragen: Hoe kan de transitie naar de duurzame samenleving maximaal momentum krijgen? Hoe kunnen we de wereld beter inrichten opdat mensen gelukkiger worden?
  7. WO in de praktijk gebracht sluit aan bij het pragmatisme: het pragmatisme probeert de theorie te verbinden met de praktijk. Deze kunnen immers niet los van elkaar staan zo is hier de opvatting. Het is een “constructieve poging … om over de grenzen tussen uiteenlopende groepen en gemeenschappen heen tot vormen van communicatie en coördinatie te komen zonder consensus over waarden of levensbeschouwelijke overtuigingen te komen“(oratie Keulartz p.5, 2005).
  8. WO past in een traditie van integratieve studies zoals ‘transdisciplinarity, Integration and Implementation Sciences (zie paper Ton Tushuizen) en integrative studies. Dergelijke uitwerkingen zijn meer expliciet dan disciplinaire wetenschap gericht op complexe sociale problemen en het idee dat er een eenheid van kennis moet bestaan.