Menselijke systemen verdieping

Geïntegreerde welzijnsgeoriënteerde groeibenaderingen, zoals besproken op deze site, zijn nog betrekkelijk nieuw. Er is veel informatie beschikbaar maar de meeste publicaties zijn minder dan tien jaar oud.

NederlandNederland_Belgie

Welzijnsgeoriënteerde groeibenaderingen staan in Nederland nog niet zo in de belangstelling. De gezamenlijke planbureaus hebben wel bijvoorbeeld de Monitor Duurzaam Nederland, het SCP heeft een aanzet gegeven met het initiatief Sturen op geluk en ook bij het CBS wordt rustig doorgewerkt bijvoorbeeld met het meten van welzijn of het rapport Kwaliteit van Leven in Nederland 2015. Het tempo -, de continuïteit – en de opvolging van initiatieven laat nog te wensen over.

Daar zijn de kabinetten Rutte 1 en in mindere mate Rutte 2 debet aan. Ze leggen de klemtoon op traditionele economische groei. Dat is ook te zien bij het duurzaamheidsbeleid. De ambitie is hier beperkt, zeker in vergelijking met eerdere kabinetten zoals Balkenende 4 (KADO), Kok 1[1] of Lubbers 3 (NMP 1). Onder Rutte 2 is wel een ambitieus energieakkoord tot stand gekomen en wordt de aansluiting gezocht bij groene groei en de circulaire economie. Voor een uiteenzettingen van de circulaire economie zie Ondernemen in de circulaire economie en voor de kansen van dit idee zie Kansen voor de circulaire economie in Nederland. Groene groei borduurt voort op het idee van brede welvaart: niet alleen de groei van goederen en diensten zoals in het nationaal inkomen opgenomen staan hier centraal maar ook factoren als vrije tijd, sociale cohesie, de kwaliteit van de natuurlijke leefomgeving en andere aspecten van duurzame ontwikkeling. Groene groei is een krachtig concept: het zoekt de synergie tussen economische – en duurzame ontwikkeling. Het krijgt steun uit tal van instituties waaronder de G20 en er ontstaat een groot kennisnetwerk rondom het idee. Groene groei is feitelijk de opmaat naar WO.

Vanuit het instituut economie bestaat veel belangstelling voor groene groei en de circulaire economie, zo ook voor het concept Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO). Het zijn vertrouwde concepten en als er serieus werk van wordt gemaakt dan hebben ze veel overtuigingskracht. Vanuit WO geredeneerd is de benadering echter ook eenzijdig en onvolledig. De kans is groot dat er onvoldoende aandacht wordt gegeven aan welzijn, ‘het zijn’ van de mens evenals systeemkenmerken: de rol – en mogelijkheden van instituties. Door niet gewoon bij het begin te beginnen (welzijn verdiepen, verbreden en bestendigen) worden zaken nodeloos ingewikkeld gemaakt. De optimaal haalbare resultaten blijven zo buiten bereik. Het geluid dat een meer fundamentele aanpak tot betere resultaten zal leiden blijft in Nederland vooralsnog zwak. Het is ook weinig te horen bij de Nederlandse milieuorganisaties.

Landen die meer dan Nederland open staan voor dergelijke nieuwe ontwikkelingen doen het op tal van aspecten beter, ook op het gebied van economische groei. Zie bijvoorbeeld de prestaties van Noorwegen, Zweden, Zwitserland, Duitsland en Nieuw Zeeland. Ook Groot Brittannië kan de laatste jaren steeds vaker als voorbeeld dienen.

Hoewel het Kabinet traditioneel is in zijn aanpak begint toch ook in Nederland het denken te kantelen. De voorzichtige omarming van het idee van groene groei is een illustratie. De WRR denkt na over nieuwe groeiconcepten in het eerder aangehaalde rapport naar een Naar een lerende economie en ook de gezamenlijke maatschappelijke instituties verenigd in de SER hebben in 2010 een advies uitgebracht over duurzame ontwikkeling. Het advies stuurt aan op een integrale benadering op basis van een brede indicatoren-set. Ook hier wordt feitelijk de eerste stap richting WO gezet. Het Europees Economisch en Sociaal Comité heeft zich nadrukkelijk aan ‘beyond GDP’ benaderingen gecommitteerd. Ze agendeert het onderwerp door een brug te slaan tussen de EU en organisaties uit de civil society van verschillende landen. Bij organisaties als Het Humanistisch Verbond, Oikos, Platform PDSE en de VVM zijn er podia om actief met dergelijke ontwikkelingen bezig te zijn.

 Informatieinformatie

Voor een algemene oriëntatie op welzijnsgeoriënteerde groeibenaderingen is er het boek dat is verbonden aan deze site Welstendige ontwikkeling, een betere kijk op groei of bijvoorbeeld de boeken Hoeveel is genoeg, Bruto Nationaal Geluk, Geluk, Creating a Learning Society. Vanuit beleidsperspectief is veel informatie te vinden op de websites van het Beyond GDP initiatief van de EU, het Better Life initiatief, New Approaches to Economic Challanges (NAEC) van de OESO en het onderzoeksinstituut nef. Op deelonderwerpen is er toegankelijke informatie op videoformaat. Bijvoorbeeld door te zoeken op trefwoord bij: TED-talks, Tedx en televisie programma’s zoals Zembla, Brandpunt, Altijd Wat, Het Filosofisch Kwintet en Tegenlicht. De laatste koppelt het programma aan een verdiepings- en discussieprogramma in Pakhuis De Zwijger. Andere televisie-uitzendingen gebruiken de sociale media. Ideeën hoe conclusies uit dergelijke discussies verder te ontwikkelen zijn nauwelijks ontwikkeld. Veel universiteiten hebben multidisciplinaire onderzoeksinstituten gericht op duurzame ontwikkeling waar veel elementen van WO bestudeerd worden. Zo heeft bijvoorbeeld de Universiteit van Utrecht een multidisciplinair onderzoeksprogramma Understanding the dynamics of open societies.

 Where goes the money?

Weeffouten in de economie staan WO in de weg.

Globalisering in de praktijk. Hoge morele codes en mondiale marktucht zijn een lastige combinatie: de case H&M. Een actuele case over vrijhandel heeft betrekking op het handelsverdrag TTIP. Tegen dit verdrag bestaat veel opinie. Een interessante zienswijze op TTIP is uit te werken vanuit een welzijnsperspectief.

De groeiende ongelijkheid staat de groei in de weg. Een uitleg over het werk van Piketty die dit onderwerp in 2014 prominent op de agenda heeft gezet en een discussie over inkomensongelijkheid en vermogensongelijkheid. De structuur en kenmerken van de financiële wereld staan vooruitgang in de weg (zie bijvoorbeeld Ons Geld). Voor het denken over oplossingen zie bijvoorbeeld Het Sustainable Finance Lab of het werk van Bernard Lietaer.

[1] Minister Margreeth de Boer (1997) van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) kondigde de nota Milieu en Economie, op weg naar een duurzame samenleving’ als volgt aan: “Deze nota zal de basis moeten leggen voor een algemeen aanvaard beleid waarvoor brede steun moet ontstaan en dat erop gericht is al onze economische processen, in de meest ruime zin van het woord, te laten plaats vinden met een vermindering van de milieubelasting met een factor 4 …